Team spirit op nicotinepleisters

Zelfs militante niet-rokers hebben een zwak voor hem. Terecht. Als een ware Indiana Jones loopt hij door de jungle te sjouwen, belaagd door kannibalen, malariamuggen, wurgslangen en een veeleisend camerateam. Nooit een klacht. Nooit een zucht. Dat dwingt respect af. Ik heb het over de Camel Man, het meeste intrigerende personage uit de reclamewereld. Zo intrigerend dat niemand zich afvraagt wat hij eigenlijk uitvoert in die jungle.

Net als met James Bond was de eerste Camel Man de beste. Deze besnorde rugby-speler trok zich geen reet aan van de 1001 gevaren des jungles, zat gewoon een peuk te roken tussen de vogelspinnen en klauterde af en toe een zelfgehaakte hennepbrug over. De Snor was één met de jungle. Het was een meegebrachte vijand die hem uiteindelijk z'n kop kostte: hij stierf aan longkanker.

De tweede Camel Man was een vergissing. Dit snorloze fatje met goedkoop permanent en te veel after shave liep door de jungle te trutten alsof hij bang was dat z'n haar door de war zou raken. Het Fatje werd al na één fotosessie ontslagen en geruchten doen de ronde dat hij aan de kannibalen is gevoerd (die hem overigens niet lustten vanwege de after shave).

De derde - huidige - Camel man is een raadsel. Hij is niet blond maar zwartharig (het gele Camelpakje schreeuwt om blond) en ziet er wel doorleefd uit, maar dan urban jungle achtig. Geen avonturier, maar een nachtclubeigenaar met speelschulden. Het Raadsel overleeft puur op nicotine.

Wie hem ook speelt, de Camel Man intrigeert. Misschien wel te veel. Iedere keer als ik een pakje Camel wil kopen word ik overmand door vragen als: Wat doet die man toch in de jungle? (Is 'ie z'n vrouw zat, z'n huissleutel kwijt?) Waar haalt hij al die sigaretten vandaan? (Zitten die in zijn rugzak? En hoe houdt ie ze droog als hij in een waterval sodemietert?) Worden de inboorlingen nooit pissig van al die uitgetrapte peuken? En waarom zitten er nooit vette zweetvlekken in zijn kaki's?

Ik ben niet de enige die met deze vragen worstelt. Ieder jaar vertrekken er tientallen jonge mannen naar donker Afrika om hun imaginaire vader te zoeken. De Camel Trophy Rallyerijders. Maar deze Camelknullen begrijpen er niets van.

In plaats dat ze de jungle te voet ontdekken scheuren ze met four wheel drives het ene na het andere indianendorpje plat. Zodra ze bij een modderige rivier zijn aangekomen duwen ze hun Landrover erin om hem er vervolgens weer met z'n allen uit te trekken, alles onder het mom van 'team spirit is belangrijker dan winnen'. Heel fijn deze male bondage, maar met z'n dertigen krijg je natuurlijk nooit zulke contemplatieve momenten als de eenzame Camel Man.

Wat me het meest tegenstaat aan de Camelknullen is dat ze niet roken. Ze doen zich voor als levensgenieters, maar in feite zijn het verveelde sportschooljongens die het hele jaar getraind om hun latente, homo-erotische lusten met bloed zweet en tranen te smeren. Nooit zullen ze de diepte van de Camel Man bereiken. Nooit zullen ze begrijpen wat de Camel Man werkelijk wil. En het antwoord is zo simpel: gewoon effe rustig een peuk roken.