Grolsch bier maakt verdachte imagoswitch

Bierdrinkers willen simpel zat worden. Ze houden niet van ingewikkelde praatjes over smaak of bouquet of nadronk. Bier is bier. De meeste biermerken adverteren daarom met primitieve slogans als 'Dit is de man, dit is zijn bier' of 'Heerlijk, helder...', en vullen hun spotjes met platte seks, pop en lol. Toch was er een Nederlands merk dat zich ooit wilde onderscheiden. Het werd gebrouwen voor de gewone man, maar niet voor het grauw. Grolsch, het bier van de gedistingeerde arbeider.

Jarenlang voerde Grolsch een campagne waarin vakmanschap troef speelde. Centraal stond een uitstervende vakman, bijvoorbeeld een hoefsmid, die je druk zag smeden en hameren en dan trots een dampend hoefijzer voor de camera hield. 'Vakmanschap. Meesterschap' was de slogan en iedere keer als je een glas Grolsch naar binnengooide leek het net of iemand daar ook heel lang en heel deskundig aan had zitten brouwen.

Toen de uitstervende vaklui ook werkelijk begonnen uit te sterven werd dat vakmanschapimago al snel oubollig, zelfs campy. De moderne jeugd kreeg geen stijve van hoefijzers. Hoog tijd dus voor een face-lift. Grolsch nam snelle reclamejongens in dienst die de slogan 'Ik drink geen bier, ik drink Grolsch' verzonnen en ongeschoren acteurs met een vingertje naar ons lieten wijzen.

Heel stom. Grolsch kreeg zo een arrogante bijklank die nog eens versterkt werd door de yuppie-achtige personages. En wat dat vingertje betreft, niemand houdt ervan als er naar je gewezen wordt. Dus iedere keer als je iemand een glas Grolsch zag drinken kreeg je de neiging een kootje te breken.

Inmiddels zijn de snelle jongens bij Grolsch verdwenen, is het geld op, en moet de neef van de directeur spotjes verzinnen. Tenminste, die indruk krijg je bij de Vader & Zoon-commercial. De bad vibes beginnen al bij de soundtrack: arbeidsvitaminenklassieker 'Turn, turn, turn' wordt door een studiobandje verkracht. En wij worden meegezogen in de jeugdherinneringen van een slungelige grunger, die een erg hechte band met zijn vader heeft.

Nou hebben veel mensen slechte herinneringen aan hun vader; ze denken vol haat terug aan een alcoholistische, gewelddadige of zelfs incestueuze klootzak. Deze grunger heeft ook een alcoholistische, gewelddadige en incestueuze papa, maar houdt onvoorwaardelijk van de ploert. We zien hem lachen als hij terugdenkt hoe papa hem een harde klap in zijn nek gaf toen hij gespiekt had. Hoe papa een condoom tevoorschijn trok terwijl ze samen op bed zaten. Hoe papa hem een bloempotkapsel gaf toen hij in de pubertijd kwam.

Trauma's voor normale grungers, warme herinneringen voor deze knul. Hij belt aan bij de ouwe, geeft hem een stevige hug en onmiddellijk worden er flessen Grolsch opengetrokken. 'Komt tijd, komt Grolsch.' zegt de voice-over. Maar wat ze bedoelen is 'Komt papa, komt Grolsch.' Het zijn stuiptrekkingen van een stervend merk. Met de ondergang van De Vakman was het lot van Grolsch beslecht.

Dat verscheiden gaat trouwens niet erg stijlvol: Grolsch doet nu een wanhopige poging het oude imago op te poetsen in een bokbier-reclame. Ze heeft de laatste vakman opgespoord, een oude boer met jicht, die op een tractor door de modder ploegt terwijl een gure herfstwind rottende bladeren in z'n gezicht blaast. Je hoort hem bijna kankeren. En je weet dat zijn oogst mislukt is. De oogst waar het laatste beugeltje Grolsch uit gebrouwen had moeten worden.