columns over tv titels

Sjofele rechercheur is wolf in oude regenjas

De afleveringen worden eindeloos herhaald. En zelfs de herhalingen worden eindeloos herhaald. En toch zit ik er elke keer weer geboeid naar te kijken. Naar de beste Amerikaanse televisieserie aller tijden: Columbo. Maar wat is er nou eigenlijk zo intrigerend aan dat stoppelige inspecteurtje met zijn smoezelige regenjas en zijn stinkende sigaarstomp? Want laten we wel wezen: iedere aflevering verloopt exact hetzelfde.

Je zou de aantrekkingkracht voor een deel kunnen toeschrijven aan het Laurel & Hardy-effect: de charme van voorspelbaarheid. Omdat je al na drie afleveringen precies weet wanneer Columbo zijn notitieboekje tevoorschijn gaat halen, wanneer hij met zijn hand over zijn slechtgeschoren kin gaat wrijven en wanneer hij met opgeheven arm die 'laatste' vraag gaat stellen, wordt hij spoedig een oude huisvriend, een familielid dat je door en door kent. De voorspelbaarheid schept vertrouwdheid.

Een andere aandachtsbinder is de machtsverhouding tussen Columbo en de dader. Columbo mag dan een cultureel onderontwikkeld ambtenaartje zijn met een bijna gênant ontzag voor snobisme, de kijker beseft dat zijn nederigheid voornamelijk als een professionele en dus pragmatische camouflage van zijn observatievermogen dient - Columbo is een wolf in smoezelige schaapskleren.

Dit besef maakt de aaneenschakeling van vernederingen die Columbo ondergaat (de moordenaar behandelt hem als een koddige dwerg of een irritante lastpak) prima verteerbaar en doet ons des te gretiger uitkijken naar de climax: dan zal immers de snob gedegradeerd worden en krijgen we eindelijk een glimp van de ware Columbo te zien. Van de wolf.

Toch is het mooiste moment in de serie te danken aan een stijlbreuk. Het zit in de aflevering waarin Columbo vermoedt dat een chrirurg opnieuw een moord zal plegen. Columbo heeft geen enkel bewijs tegen de dokter maar laat hem, puur om te intimideren, een glimp van zijn ware aard zien: hij pakt een thermosfles en slaat die met een harde klap op het bureau van de chirurg, en kijkt de man doordringend aan. Deze siddert even. En de kijker siddert mee: Columbo heeft de wolvenblik in zijn ogen - ruim een kwartier voor de ontmaskering! Totale ontreddering. En een klassieke scène.

Sinds een paar jaar worden er nieuwe afleveringen van Columbo gemaakt. Maar die kunnen nog niet in de schaduw staan van de oude. Peter Falk speelt te zelfgenoegzaam. Heeft te veel rimpels, 't Is net als bij Laurel & Hardy: die werden ook gênant toen ze op leeftijd kwamen en zich overbewust werden van hun charmes. Gelukkig zijn er nog zat oude afleveringen van Columbo die ik pas drie keer heb gezien.