columns over tv titels

Host van Late Night Show irriteert en amuseert

Hij is inmiddels alweer door Ischa van de Nederlandse kabel verdrongen, maar in Amerika kunnen ze geen genoeg van hem krijgen: David Letterman. Er zijn maar weinig Amerikaanse televisiepersoonlijkheden die bij de Nederlandse kijker zo'n weerzin hebben oproepen als deze talkshowhost van NBC's Late Show.

Begrijpelijk, want Letterman is een verpersoonlijking van de Amerikaanse meligheid waar onze spruitjesgeest allergisch voor is. Toch is zijn stijl niet zelfgenoegzamer dan die van onze volksheld Paul de Leeuw, en bovendien weet hij zijn hypercamp op een bijna even natuurlijke manier te brengen. De vraag is alleen of Letterman meer voorstelt dan een professionele verleider.

Net als bij De Leeuw is Lettermans voornaamste troef brutaliteit. Hij gedraagt zich alsof zijn show een practical joke is, een geintje waarvoor hij geen enkele verantwoording hoeft af te leggen. Om de haverklap begint hij een kletspraatje met de regisseur, loopt hij doodgemoedereerd de studio uit om wat kleingeld in een parkeermeter te gooien, of laat hij zijn zeventigjarige moeder Hillary Clinton interviewen.

Zulke hilarische meta-geintjes à la Gary Schandling en De Leeuw geven de kijker het gevoel alsof de show in een huiskamer wordt opgenomen, alsof hun gastheer geen jetsetter is maar een rare neef op een familiefeestje.

Probleem is dat Letterman's bravoure eerder een noodzakelijk ingrediënt van zijn act is dan een aanvulling op zijn comedy: in tegenstelling tot een concurrent als Jay Leno wordt Letterman niet geruggesteund door kwaliteitsschrijvers, en moet hij na iedere flauwe grap op zijn grijns terugvallen, of probeert hij met wat melige improvisatie alsnog een schaterlach uit zijn publiek te wringen ("Geee, jullie zijn moeilijk vanavond zeg!"). Letterman is dan ook niet zozeer een stand-up comedian als wel een charmeur.

Tijdens interviews blijkt hij dan ook opvallend weinig ruggegraat te hebben. Vooral bij onaantastbare sterren als Kevin Costner of Arnold Schwarzenegger, wanneer de kijker zit te snakken naar een scherpe tong of een gênante vraag, durft Letterman niet verder te gaan dan wat speelse steken en wat Oliver Hardy-blikken naar het publiek. In feite zijn de gesprekken allemaal verkapte promotiebabbels waar een enfant terrible als De Leeuw zijn neus voor zou ophalen.

Waarom Letterman voor mij persoonlijk heeft afgedaan: tijdens de uitzending liet Letterman een chef de cuisine levende krabben klaarmaken. Ik beschouw mijzelf bepaald niet als een militante dierenbevrijdingsoldaat die bij ieder doodgeknuppelde walvis een bontwinkel wil opblazen, maar toen Letterman daar lachend stond toe te kijken hoe die mormels langzaam doodgekookt werden draaide mijn maag even om. Dat had hij eens met Der Arnold moeten proberen.