columns over tv titels

Frequin op stap met Emile Ratelband

Soms baal ik wel eens van mijn cynische vriendenkring. Ik bedoel, ze zitten altijd maar te kankeren op vrije blije mensen die lekker in hun vel zitten en leuke dingen doen. Nou zijn 'doeners' inderdaad vaak oppervlakkige zielen, maar zelf zou ik best wel eens vrij en blij in mijn vel willen zitten. Lekker doen zonder denken. Ik weet alleen niet hoe je zoiets leert.

Gelukkig bestaat er een koude-grondfïlosoof die in de Benelux een positieve levenhouding predikt. In de trand van Je-kunt-alles-als-je-maar-wilt. Iedereen heeft zijn bestsellers verslonden, maar voor mij was de televisie-ontmoeting een eerste kennismaking. Dat gold ook voor journalist Willibrord Frequin, die een paar dagen met Emile Ratelband optrok voor zijn programma 'Toppers'.

De eerst indruk die Ratelband op mij maakt is die van ultieme corpsbal. Slordig driedelig pak, geaffecteerde stem, lege bralpraat. Iemand die goed in zijn vel zit omdat hij nooit een crisis heeft doorgemaakt. "Wist je dat heel veel mensen je een arrogante kwal vinden!?" vraagt Frequin hem uitdagend. "Ach, mensen herkennen zichzelf in mij," lacht Ratelband terug. "Ik vind mezelf wel een geschikte kerel." Hij deelt handtekeningen uit aan schoolkinderen(!) en stapt, verkleed als middeleeuwse koning, in zijn privé helikopter om aan de andere kant van Nederland voor 50.000 gulden een disco te openen.

De tweede indruk is die van een doorgedraaide neuroot. Ratelband kan werkelijk geen moment zijn mond houden of stil zitten. Steeds dat "Tsjakka!" steeds dat lachen om niets, steeds dat gedraai in zijn stoel. Het lijkt alsof hij een trauma probeert weg te drukken, alsof hij in de manische fase van een depressie verkeert.

De derde indruk is die van een aandachttrekkend kind. Als hij in Luxemburg aankomt voor een diner met prins Bernhard(!) gaat hij demonstratief op de lopende bagageband van het vliegveld zitten. "Grüss Gott!" roept hij tegen nietsvermoedende medereizigers. Even later, tijdens een trip door de stad, pakt hij de stok van een dirigent om een fanfare-orkestje te leiden. Doldwaas of infantiel? Zijn vrouw mompelt iets van "Nooit volwassen geworden".

Dat Emile Ratelband uiteindelijk toch een positieve indruk op me maakte kwam niet door zijn nihilitisch optimisme - dat is inderdaad verschrikkelijk oppervlakkig - maar door zijn vasthoudendheid. Hij wist zelfs Frequin in te palmen. Frequin, de zuurste calvinist van Hilversum, die voortdurend op Emille liep te kankeren ("Praatjesmaker! Blaaskaak!") en spastisch reageerde als Ratelband hem een vriendschappelijk schouderklopje gaf.

Deze Frequin liep uiteindelijk, aangemoedigd door Ratelband, over een pad vol gloeiende kooltjes. Weg cynisme! Weg verkramping! Weg angst! Zienderogen opgeknapt van deze overwinning nam de journalist afscheid van de entertainer met een glunderend "Emile, ik heb respect voor je gekregen!" Tsjakka.