columns over tv titels

Illusionist slaagt erin geen moment te verwonderen

Op school vroeger had je twee types die in elkaar geslagen werden: de dikke slome en de magere betweter. De dikke slome werd later directeur van een vleesverwerkende fabriek en de magere betweter hoogleraar Quantumfysica. Wat we nog wel eens vergeten is dat er nog een derde type was.

Een pedant mannetje dat in elkaar geslagen had 'moeten' worden maar de dans ontsprong omdat hij trucjes kende. Hij had een goocheldoos voor zijn verjaardag gekregen en kon kaarten laten verdwijnen. Zijn beulen waren zo overdonderd dat ze vergaten hem een bloedneus te slaan. David Copperfield, illusionist annex superster, moet zo'n kereltje geweest zijn. Op RTL4 een impressie van zijn carrière.

Copperfield wordt geïnterviewd door onze eigen Hans Kazan, een goocheldruif die op school ongetwijfeld wél in elkaar geslagen werd. Hans is idolaat van David en begint hem uitgebreid verbaal af te zuigen: "Last naait was ze furst zime ai hef sieri joe perform laaif, ai was verrie imprest!" David laat Hans ratelen want hij is veel te druk bezig met zijn magische uitstraling: hij glimlacht zelfgenoegzaam in de camera, knippert erotisch met zijn slaapkamerogen, zo 'in touch' met zichzelf dat je hem een klap op zijn bek wil geven.

"I like to do emotional acts..." zegt hij uiteindelijk dromerig en laat ons in zijn promofilmpje zien wat hij daarmee bedoelt: David loopt door de Chinese Muur heen, David laat Boeing verdwijnen, David lost Vrijheidsbeeld op. Als David niet voor God speelt is hij wel Indiana Jones; gekneveld in een dwangbuis laat hij zich vijf verdiepingen omhoog hijsen aan brandende touwen. "I had nightmares about this act," liegt hij tegen Hans.

David, kortom, houdt van het grote gebaar. Bij grote gebaren hoort grote kunst, dus David laat decors optrekken die het midden houden tussen Las Vegas-glitter en New Age pulp, met brandende fakkels, babes in zilverfoliepakjes, een hysterische Peter Gabriel score en jungletrommels. Hiertussen loopt David-in-piratenpakje-met-haarlak quasi magische gebaren te maken, als een druïde met discocomplex.

Mijn probleem met illusionisten is dat hun trucs nooit mislukken en dat ze nooit eens doodvallen. Ze nemen nooit een echt risico. Circusacrobaten wagen hun leven, illusionisten belazeren het kluitje. Dat zet kwaad bloed. Tegen beter weten in zit je te hopen dat David in zijn strak piratenpakje dertig meter naar beneden sodemietert op de brandende speren, en als dat niet gebeurt wil je wat anders: je wil weten hoe zijn trucs werken.

Maar dat krijg je pas te horen als je zelf topillusionist bent geworden. Tenminste, in die waan leefde onze Hans, hunkerend naar een collegiale hint. Wat ons betreft, wij moeten David gewoon een keer backstage te grazen nemen. Zijn trucs zal-ie niet verklappen, maar zo'n afranseling geeft gewoon een lekker gevoel. Hadden we op school al moeten doen.