columns over tv titels

Cartoongenie Kamagurka blijkt schmierend acteur

Begin jaren tachtig kreeg ik van een vriend een merkwaardig stripalbum cadeau. "Past precies bij jou," zei hij met een sardonische grijns. Het album was van ene Kamagurka en heette 'Bert maakt het gezellig'. Op de cover zat een mannetje knarsentandend een kopje thee te drinken.

Dat Kamagruka niet kon tekenen was me duidelijk; sterker nog, het leek wel of hij expres lelijk tekende om de lezer te ergeren. Maar Bert hoefde helemaal niet goed getekend te worden. Daar was Bert veel te abstract voor. Bert stopte zichzelf in een mooie doos om zichzelf een Bert cadeau te kunnen doen, Bert kloonde zichzelf om een paar reserve-Berts te hebben.

Bert woonde in een solipsistisch universum dat verdacht veel op het mijne leek - ik was een beetje Bert en Bert was een beetje mij. Des te pijnlijker dat er behalve Bert vooral slechte grappen in het album zaten, te flauw om zelfs maar te verzinnen. Wat was er aan de hand met deze geniale Kamagurka? Had hij geen onderscheidingsvermogen? Of wilde hij zijn publiek toch moedwillig irriteren? Ik vermoed het laatste, gezien de compilatie van Kamagurka's televisiesketches op de Belg.

Sketch: Natuurgids (Kamagurka) staat in weiland met groepje mensen. "Dit is een van de zeldzaamste plantjes van Europa", vertelt hij hen. "Ze groeien uitsluitend op landmijnen!" Natuurgids plukt plantje en 'ontploft'. Groep applaudiseert. Einde sketch.
Sketch: Vrouw komt bij bibliothecaris (Kamagurka) met dichtgespijkerd boek. Bibliothecaris: "Wat is dit nu?" Vrouw: "Ja de bladzijden begonnen los te raken." Bibliothecaris trekt raar gezicht in camera. Einde sketch.
Sketch: Sherlock Holmes (Kamagurka) en Dr Watson staan bij lijk. Holmes: "Hoe staat het met de vingerafdrukken?" Watson: "Daar is de politie druk mee bezig." Twee politiemannen lopen op hun handen langs. Einde sketch.

Dat Kamagurka's sketches flauw zijn, daarmee kan ik prima mee leven (Van Duin is ook grappig). Wat mij doet wegzappen is de zelfgenoegzaamheid waarmee hij zijn fans tot het uiterste tergt. Kamagurka kan niet spelen en probeert dit te verdoezelen door het juist te benadrukken met gekke bekkengetrek in de camera, met irritante typetjes die in het rond springen en met een slissend accent praten.

Hij misbruikt volksartiesten in gastrolletjes om de sketches een campy ondertoon te geven (oude Wim T. Schippers-truc), hij laat een lachband lukraak schateren om zijn fans onder de neus te wrijven dat ze toch wel overal om lachen.

Maar veel erger dan deze zelfgenoegzaamheid is zijn moord op Bert: Kamagurka laat Bert tot leven komen in een tekenfilmpje. Hij laat Bert bewegen en praten. Maar Bert is veel te abstract om te bewegen of te praten. Dan is Bert Bert niet meer. En kan ik nooit meer een beetje Bert zijn.