columns over tv titels

Coole Hill Street cop wordt mild in NYPD Blue

Liefhebbers van politie-series zijn bijzonder gespitst op de street credibilit van hun televisie-'cops'. Televisie-politiemannen moeten door de straat getekende veteranen zijn, sarcasten die hun rudimentaire gevoelsleven camoufleren met agressief, semi-traumatisch nihilisme. "Don't fuck with me, fuckface!" zou hun devies zijn als ze niet door de censuur werden afgeknepen.

Televisiecops balanceren op de grens tussen wet en misdaad, en meppen regelmatig verdachten tegen de grond als ze daar zin in hebben - even laten zien dat er met hen niet te sollen valt.

Natuurlijk heeft deze straatgeloofwaardigheid niet zo'n hoog realiteitsgehalte als de fans willen denken. Kojak bijvoorbeeld, zou met zijn onbeschofte lolliegrijns al halverwege zijn eerste onderzoek ontslagen zijn. En Chimanski (de stoere commissaris uit Tatort) zou met zijn fysieke intimidatie tot stadswacht gedegradeerd zijn. En dan hebben we het nog niet eens over coke-schuim als Don Johnson in Miami Vice.

Er is één acteur die zoveel street credibility in zijn politie-personage weet te leggen dat hij ook werkelijk op straat geronseld lijkt: Dennis Franz, hoofdrolspeler in de politie-serie 'NYPD Blue'. Franz overtuigt vooral door zijn uiterlijk. Eind veertig, Kalend, twintig kilo te zwaar, krap C&A-pak, rattesnorretje en hoerelopersblik - een snackbarhouder met te veel zwart geld in z'n poeplap.

Van huisuit filmacteur (zat onder andere in Brian de Palma's 'Blow Out'), werd Franz ooit in 'Hill Street Blues' gecast als onsympathieke, kettingkaugomkauwende rechercheur met een vanzelfsprekende minachting voor straatratten. Zeer overtuigend.

In één aflevering bezorgde hij me zelfs kippevel. Hij heeft de plaats ingenomen van een gijzelaar en staat op het punt om door de psychopaat geëxecuteerd te worden. Op het moment suprême weet hij, half vastgebonden aan een stoel, de schurk door het raam te duwen waarop deze drie verdiepingen lager z'n nek breekt. Franz, supercool, is de held van het bureau en krijgt van iedereen schouderklopjes.

Maar als we hem even later in de WC volgen, hangt hij boven de plee al zijn doodsangsten uit te kotsen. Helemaal kapot. Maar direct na deze eenzame nervous breakdown veegt hij veegt z'n mond af, doet hij z'n vloekende das goed en loopt hij de straat weer op. Want Franz is en blijft een 'cop'. Kouwe rillingen.

In 'NYPD Blue' is er weinig meer over van Franz' cool. Hij is kwetsbaarder, milder geworden. Realistischer. Hij gaat zelfs trouwen. Producent Boccho, voorheen de man achter 'Hill Street Blues', vond het blijkbaar nodig dat Franz - nu als hoofdrolspeler - de sympathie van het grote publiek zou kunnen winnen. Maar al is zijn personage nu nog straatwaarschijnlijker dan in de 'Hill', toch zie ik hem liever onschuldige arrestanten in de milt trappen. Puur voor de romantiek, als cop-fan zijnde.