columns over tv titels

Pogues-zanger Shane MacGowan blèrt zonder gêne

Ik kom graag in een Ierse pub bij mij om de hoek. Ieren zijn gezellige zuipers. Enige nadeel van de pub is de verschrikkelijke traditionele muziek. Niets ergers dan Ierse Roots: jengelmelodieën die allemaal hetzelfde klinken, klaagteksten die allemaal over dezelfde verloren liefdes en armoede en regen en moeder gaan. Hell, als ik Ier was zou ik ook aan de zuip gaan.

Het vreemde is dat veel mensen een heilig ontzag hebben voor roots-muziek, denken dat het 'echter' is dan popmuziek. Vooral popmuziekanten hebben die neiging, ze pronken zelfs met hun ontzag. In een BBC-documentaire over Shane MacGowan, ex-zanger/componist van The Pogues, kregen zijn bewonderaars meer aandacht dan de man zelf.

Het enige wat ik van MacGowan wist is dat hij vals zingt en hard op weg zichzelf dood te zuipen. Toen ik hem laatst op Pinkpop zag was hij zo lazarus dat hij als een oude man van het podium afgedragen moest worden. Where did it go wrong? Ongetwijfeld al heel vroeg. Shane werd in 1957 geboren in een Iers gat zonder stromend water en verhuisde op zijn zesde naar Londen om tweederangs burger te worden. Pas in de punktijd vond hij zijn draai in The Pogues, die traditionele Ierse muziek vertrashte en zo reanimeerde.

"Shane MacGowan is an icon," stelt de BBC vast, en de gasten staan te trappelen om hem veren in de reet te steken. Bono maakt een keihard statement ("I don't think anyone writes better lyrics than Shane."), Nick Cave vertrouwt ons toe hoe hij meesterwerken uit Shane's prullenbak gered heeft, en Sinead O'Connor spreekt van een waar genie ("Imagine what he could have achieved without the alcohol!").

Geen kwaad woord over Shane's valse zang - roots kunnen immers niet vals klinken. Wel is nu duidelijk hoe Shane aan die stem komt: zijn moeder, een allercharmantste Ierse baglady met piekhaar en zondagsjurk uit 1953, blèrde tijdens het interview een liedje waarvoor de bard uit Asterix van uit z'n boomhut was gesodemieterd.

Shane zelf komt nauwelijks aan het woord. Begrijpelijk, hij heeft zich een maximal brain damage gezopen. "I'm not an alcoholic, I used to drink a lot more," wauwelt hij. Als je hem zo ziet hangen aan de bar, met flaporen en de staar van een Korzakov-patiënt, in zichzelf verzonken, moet je een traan wegpinken. Hij kan het ook niet helpen dat iedereen hem slaafs adoreert.

Als hij boven zijn biertje vals begint te zingen klinkt het "Sssst!" om hem heen. Niet om hem de mond te snoeren, maar om de overige pubbezoekers tot stilte te manen. Mischien was Shane MacGowan nooit alcoholist geworden als hij, iedere keer wanneer hij vals een lied had aangeheven, de kroeg was uitgegooid.