columns over tv titels

Het langzaamste statussymbool van België

Mijn oom Hans is een kluizenaar. Hij woont al vijfenzeventig jaar in de achterkamer van zijn moeder, heeft nooit een dag gewerkt, leeft op chocoladerepen en heeft schijt aan de wereld. De enige wezens waar hij van houdt zijn z'n kippen die hij na overlijden laat mummificeren in de woonkamer. Dat geeft nogal wat overlast.

Maar niemand kan een hekel krijgen aan deze broodmagere, hevig stotterende, zwaar bebaarde ex-Kampioen Dammen van Rotterdam-Zuid. Want oom Hans is leuk. Hij weet de raarste dingen (autoriteit op het gebied van pausen) en kan urenlange stotterdiscussies aangaan met de reinigingsdienst, die hem dan toch weer een kuikentje laat houden.

Voor mijn moeder was Oom Hans een schrikbeeld. Als ik in een vuile spijkerbroek rondliep krijste ze: "Je wordt net als Oom Hans!!" Een groot compliment vond ik dat - alles beter dan een brave Hendrik. En ook nu nog, als brave burger, kijk ik met een grijns naar 'Kluizenaars', een documentaire van Jambers over een Vlaamse oom Hans: nonkel Frans.

Nonkel Frans heeft een kale kop met sliertige haarkrans en wijd opengesperde plezierogen. Hij draagt lompen en mist zijn voortanden. Maar nonkel Frans is een gentleman. Hij ontvangt Jambers gastvrij in zijn zwarte woonwagen, waar hij al elf jaar lief en leed deelt met een schurftige bouvier. Overal liggen vergeelde kranten, vuile borden, hardgeworden ondergoed.

Er wordt over Frans geroddeld in het dorp. Niet zo raar, want Frans is mensenvreemd en tja, niet iedereen gaat met zijn hond naar bed. ("Als hij begint te woelen, moet hij plassen hè. Dan moet 'ie eruit"). Maar de dorpelingen zijn ook jaloers op hem. Want Frans mag dan een minimalist zijn, hij is wel een rijke stinkerd.

Zestig jaar lang heeft hij iedere cent opzij gelegd om de droom van zijn leven te kopen: een echte Lamborghini. "Neen, genen raceauto," lacht hij luid. "Enen tractor. Het allerduurste turbo type, hè. Honderdtienduizend gulden." Niet dat hij 'm nodig heeft, maar hij hoefde er geen rijbewijs voor te halen en kan er lekker mee rondtuffen in het dorp. Om de boeren-met-Daf-tractortjes de ogen mee uit te steken.

Frans heeft nu ook een aanhanger waarin hij onderweg kan overnachten. "Die is op proef. Eigenlijk wil ik er een met toilet. Dan kan ik de wereld afreizen, hè." De Lamborghini haalt 25 kilometer per uur.

Ik kan enorm genieten van kluizenaars als Oom Hans en Nonkel Frans. Ze hebben zo'n onbevangen plezier in het plagen van de burgerij, in hun huiselijke vervuiling, in hun tedere bestialisme. De maatschappij mag ze verketteren vanwege hun asociaal gedrag, voor mij zijn het favoriete ooms. Awel, zolang ze niet naast me komen wonen, hè.