columns over tv titels

De TROS ridiculiseert aandoenlijke verzamelaars

Waar zijn de Showrooms toch gebleven? Waar zijn de programma's over zonderlingen, over dametjes die in kabouters geloven, space-professoren die over aliens dromen, kluizenaars die van gebakken eieren leven? Ze gaven zoveel sfeer aan ons bestaan. Voorlopig moeten we het doen met Het Pakhuis van de TROS. Gaat niet over echte gekken, maar over verzamelaars. Toch leuk.

Studente Suzanne is een fan van Marilyn Monroe. Bepaald geen origineel idool, en met haar knotje en grijze trui oogt ze een beetje saai. Maar schijn bedriegt. Want Suzanne heeft net zoveel passie als Norma Jean. "Marilyn was één brok licht," begint ze glunderend, en laat wild gebarend haar collectie zien: authentieke coverfoto's, prullebakken, borstbeelden. Haar pronkstuk is een afgrijselijk kitsch bord. "Heb ik vijftig gulden voor betaald," schatert ze met schaamrood op de kaken, "maar dat mag mijn moeder niet weten. Dan laat ze me meteen opsluiten."

De kamer wordt gedomineerd door een levensgrote kartonnen Marilyn-uitsnede. "Ja, die zag ik op straat staan en heb ik op de fiets meegenomen. Niet zo zwaar als de echte Marilyn. Wel even schrikken toen ik die nacht wakker werd en een silhouette zag staan!" Wat Suzanne nog mist is iets van Marilyn persoonlijk. Jurken zijn te duur ("Daar betaal je miljoenen voor!"), maar ook met een boodschappenbriefje zou ze in de hemel zijn. Hoe Marilyn over Suzanne zou denken? "Die zou me een complete idioot vinden."

De gepensioneerde Rein is van een ander slag. Hij verzamelt televisie-testbeelden. Sinds hij dertig jaar geleden op een Spaans testbeeld is gestuit, is er geen houden meer aan. Samen met broeders uit den vreemde heeft hij foto's van honderden testbedden gemaakt: uit Armenië, Moldavië, de Huppeldepup eilanden... "Het is een soort bacil die je nooit meer kwijtraakt, de aantrekkingskracht van Het Onbekende," filosofeert hij vanuit zijn televisiestoel.

Voor zijn verzameling heeft hij heel wat uurtjes sneeuw moeten slikken. "Sommige heb ik maar een keer gezien." Om de testbedden uit de lucht te plukken heeft hij een mast van 23 meter in zijn achtertuin geplant. Een extra stevige, want de vorige is omgelazerd. Een hele ravage. Zijn vrouw heeft het dan ook niet zo op de testbeelden.

Normale mensen lachen graag om verzamelaars. Ze ontmaskeren hun verzamelwoede als een neurotische drang om de leegte van hun bestaan te bezweren. Stumpers vinden ze het. Het Pakhuis speelt op deze arrogantie in door de beelden van een ironisch commentaar te voorzien; vooral de simpele Rein moet het ontgelden ("Voor een optimale ontvangst heeft hij een flinke spriet in de tuin staan"). Toch zou een beetje respect op z'n plaats zijn. Want zelfs de saaiste testbeeldstaarder heeft meer passie in zijn donder dan de trouwste soapverslaafde.