columns over tv titels

Gekuiste Talk Radio wordt pathetisch en vlak

In 1988 bracht regisseur Oliver Stone Talk Radio' uit, een speelfilm gebaseerd op een toneelstuk van Eric Bogosian. Het verhaal speelt zich af op een radiostation, waar een joodse presentator honderden telefoontjes over zich heen gestort krijgt - variërend van racistische tirades en geile babbels tot zelfmoordcontemplaties en nervous breakdowns - om deze bellers vervolgens 'on the air' in noodtempo af te zeiken of af te troeven.

Vooral de sfeer van 'Talk Radio' was buitengewoon indringend: de toch al claustrofobische vibraties van de studioruimte werd nog eens verstekt door langzaam draaiende camerabewegingen en de intimiteit van de telefoongesprekken - de impact van een stem zonder gezicht op het grote doek bleek enorm. 'Talk Radio' moet als inspiratiebron gediend hebben voor de Canadese televisieserie 'Mid-night Caller', uitgezonden door RTL 5.

Het middelpunt in 'Midnight Caller' is presentator Jack die, tegen een achtergrond van melancholieke jazzmuziek en een neonverlichte grootstad, moeilijke, droevige en lugubere telefoontjes beantwoordt. Zelfde opzet als in 'Talk Radio'. Met dit verschil dat Jacks persoonlijkheid in hoge mate aangepast is aan de ethische normen van de televisie: Jack is geen sarcast of een ratelaar, maar een door de wol geverfde, uitgebalanceerde ex-agent die met het empathisch overwicht van een street corner worker het vertrouwen van Canada's slapelozen weet te winnen. Jack kent het leven, weet hoe zwaar het kan zijn, en probeert toch de positieve kant te benadrukken.

Maar 'Midnight Caller' stinkt. Ze stinkt heel erg. Niet zozeer vanwege de talrijke onwaarschijnlijheden (Jacks verleden als cop is er met de haren bijgesleept om voor de nodige actiescenes/afleiding te zorgen; Killian wordt door minderheden en outcasts opmerkelijk gemakkelijk geaccepteerd; werkelijk heel de stad lijkt naar zijn show te luisteren...). Ook niet vanwege haar hoge truttigheidsgraad (de serie lijkt gemaakt voor slapelozen die om middernacht allang liggen te snurken).

Nee, wat stuitend is aan 'Midnight Caller' is de paternalistische en tegelijkertijd pathetische houding van Jack. Jack doet zich voor als 'de vriend' die we allemaal nodig zouden hebben, de oudere broer die weloverwogen adviezen en schouderklopjes geeft, zo nodig berispt of opbeurt. Maar tussen de regels door gedraagt hij zich alsof hij alle leed van Canada op zijn schouder genomen heeft: met een bak sterke zwarte koffie in zijn hand en een Marlboro in zijn mondhoek tuurt hij grimmig voor zich uit als er weer een luisteraar zelfmoord heeft gepleegd. Want Jack weet precies hoe hij zich gevoeld moet hebben. Zelf is hij al duizend keer gestorven.