columns over tv titels

Veto als kwaliteitsbewaker van absurde humor

Het team is al jaren uit elkaar, maar de serie wordt nog regelmatig herhaald en de sketches zijn inmiddels klassiek geworden. Zelfs de doorsnee buisburger kan inmiddels hun beroemdste evergreen citeren: "Nudge nudge, wink wink! Say no more!" Ja ja, zucht zucht. Monty Python is door de massa geannexeerd, en erger: absurdisme is gemeengoed geworden.

De massa leerde Monty Python eigenlijk pas kennen toen deze met bioscoopfilms furore begon te maken. Met name 'Life of Brian' was, met haar overzichtelijke, soms zelfs kluchterige structuur toegankelijk genoeg voor de chipsboerende bioscoopmassa. Het absurdisme in de oorspronkelijke televisieserie uit de jaren zestig was echter veel gewaagder en vooral vernieuwender: in het 'Flying Circus' werden de basisschema's van het genre voor het eerst tot in perfectie uitgewerkt en het absurdisme tot aan de rand van de waanzin opgevoerd. Pure kunst.

Men kon ruwweg drie hoofdschema's onderscheiden: in de eerste werd een doodnormale situatie 180, graden omgedraaid (intellectuele ouders kankeren op zoon met ambities als mijnwerker), in de tweede werd een vreemde eend of een onmogelijke situatie probleemloos geaccepteerd (de Spaanse Inquisitie op bezoek bij Scotland Yard), in de derde werd een overdrijving stelselmatig en vanzelfsprekend opgevoerd (miljonairs scheppen op over verschrikkelijke jeugd waarin ze iedere dag vergif moesten eten). Deze schema's hadden zo'n impact omdat ze door het Pythonteam overtuigend, gedisciplineerd, en vooral consequent werden uitgevoerd.

De Pythons waren profs. Ze gingen elkanders ideeën kritisch en desnoods met veto's te lijf, en mede omdat ze zowel qua persoonlijkheid als talent zo sterk van elkaar verschilden (Michael Palins natuurlijke grijnsgein stond haaks op Cleese's driftige logicadrang) leverde hun samenwerking een unieke balans op. Na de Pythontijd heeft ook geen enkel lid dit peil meer kunnen evenaren, Cleese met 'Fawlty Towers' incluis.

De kwaliteit van Python steekt schril af tegen die van haar epigonen. Vooral tegen die van The Young Ones. In deze 'anarchistische' serie uit begin jaren tachtig proberen vier maatschappelijke stereotypen (punk, yup, hippie, socio) zich brullend en stampend door o zo absurde situaties heen te worstelen. Van schema's is geen sprake; de humor moet gezocht worden in bandeloze overdrijving en dito fantasie. Alles is mogelijk, dus niets meer leuk.

The Young Ones is een schoolvoorbeeld van gemakzuchtig absurdisme, gemaakt door schrijvers zonder zelfkritiek, gemaakt voor kijkers zonder smaak of inzicht. Toch zit er ongetwijfeld iedere maandagavond een heel leger ex-punks vol nostalgie naar de herhalingen van de VPRO te kijken, in de overtuiging dat het hier om een staaltje baandoorbrekend historisch televisieabsurdisme gaat. Ja ja, zucht zucht.