columns over tv titels

Pure hysterie of is er meer tussen hemel en aarde?

Stel dat uw buurvrouw beweert dat ze ooit door aliens ontvoerd is. Dat ze in een vliegende schotel is 'opgestraald', een gynaecologisch onderzoek heeft ondergaan en vervolgens naar de aarde is teruggeflitst. Zou u dat geloven? Natuurlijk niet.

In Nederland vliegen geen schotels. In Amerika zijn er echter tienduizenden mensen die beweren dat hen iets dergelijks is overkomen. Het merendeel van deze slachtoffers is opmerkelijk genoeg publiciteitsschuw, heeft geen psychiatrische achtergrond, leidt een produktief leven, en beschouwt de ontvoeringen als een enorme cesuur.

Hun verhalen, die meestal via hypnose bovenkomen, komen tot in de details met elkaar overeen: zowel de beschrijvingen van de aliens, als die van de schotel als die van de operatieve technieken lijken onthutsend veel op elkaar. Bovendien is er fysiek 'bewijsmateriaal' voorhanden: soms zijn er opeens merkwaardige littekens te zien, en een enkele keer treft men onidentificeerbare metalen fragmenten onder de huid aan.

Lariekoek? Collectieve psychose? Mogelijk, maar in Amerika worden deze zogenaamde 'abductions' steeds serieuzer genomen door de wetenschap. En dan niet als nieuw psychologisch ziektebeeld, maar als een reële ervaring. Zo meent de vooraanstaande psycholoog professor John Mack dat de verhalen geen hersenspinsels kunnen zijn vanwege de vele consistente overeenkomsten. Europeanen zijn echter minder snel overtuigd, en een skeptische parapsychologe uit Engeland ging voor de BBC televisie op zoek naar alternatieve verklaringen.

Zo liet ze een psycholoog aantonen hoe suggestief een hypnotiseur te werk kan gaan, oftewel hoe snel een cliënt van alles in de mond gelegd krijgt. Heel verbluffend, maar sommige abductees kunnen zich alles zonder hypnose herinneren. Een andere psycholoog wilde demonstreren hoe fantasierijk mensen onder hypnose worden: hij liet een dame over een vorig leven praten. Dit was echter een schijnargument; hij kon immers niet bewijzen dat een herinnering aan vorige levens aan fantasie ontspringt.

Als derde deskundige liet ze een neurobioloog haar hersens stimuleren met allerlei elektroden, wat rare flitsen in haar brein oplevert. Heel interessant, en 99 procent van de UFO-waarnemingen zijn ongetwijfeld gebaseerd op gemankeerde perceptie, maar dat is geen verklaring voor die honderden consistente verhalen met al die technische details.

Wat mij ergerde aan de documentaire was dat geen moment serieus werd ingegaan op de mogelijkheid dat de getuigen de waarheid vertelden, dat ze door buitenaardse wezens als proefkonijnen worden gebruikt. Dat zo'n bizar concept bij de wetenschap om skepsis schreeuwt begrijp ik ook wel, maar juist een rationele aanpak mag deze mogelijkheid zolangzamerhand niet meer uitsluiten: steeds meer officieren van de NASA, CIA en luchtmacht erkennen het bestaan van UFO's. Misschien is vooral het idee dat niet alleen wetenschappers op aarde experimenteren onacceptabel voor de wetenschap.

Ingezonden brief n.a.v. Ontvoering per UFO

Temidden van de vele anti-wetenschappelijke rommel die dagelijks over ons wordt uitgestort door, op hoge kijkcijfers beluste televisiestations, ontdekte U-blad-medewerker Rein een BBC-station dat nu eens een poging deed de (vooral in de VS populaire) bewering dat mensen soms per UFO worden ontvoerd met wetenschappelijke methoden te onderzoeken (12 januari 1995). Wie bij Rein tevredenheid zou verwachten om het feit dat wetenschappers zich met deze zaak gaan bezighouden, vergist zich. Hij ergert zich, en wel daaraan 'dat geen moment serieus wordt ingegaan op de mogelijkheid dat de getuigen de waarheid vertelden, dat ze door buitenaardse wezens als proefkonijnen worden gebruikt".

Volgens Rein zou dit inderdaad een reële mogelijkheid zijn, een bewering die hij staaft met argumenten, die ik op zijn best als pseudo-wetenschappelijk zou willen kwalificeren. Bij het wetenschappelijk onderzoek dient een bewijs geleverd te worden door degene die een nieuw feit aanvoert. De 'feiten' die bij de ontvoeringsverhalen echter zijn aangedragen zijn zo zwak en doorzichtig dat daar m.i. geen bewijskracht aan ontleend kan worden.

Rein echter, probeert deze evidentie aan te dragen. Hij citeert Mack's argument dat de meeste betrokkenen hetzelfde verhaal vertellen, wat als bewijs voor de waarheid zou gelden. Dat kan echter net zo goed het tegendeel aantonen. Voor die gelijkwaardigheid bestaat een simpele verklaring: de ontvoeringsverhalen zijn zo vaak herhaald in de Amerikaanse pulpliteratuur en op televisie dat de standaardtekst nu genoegzaam bekend is - om nog maar te zwijgen van de verhalen die 'slachtoffers' elkaar vertellen in de 'support groups'.

Er is een fundamenteel verschil tussen goedgelovigheid en een open maar kritische instelling. De twee zijn elkaars zusters, maar tevens elkaar antipoden. Het verschil tussen deze twee is het verschil tussen quasi-wetenschappelijk charlatanisme en produktief onderzoek. Een essentieel onderdeel van een opleiding tot wetenschapper is het leren begrijpen van dit verschil. Maar Rein heeft nog een doorslaggevend argument, dat hij voor het laatst bewaart: "Steeds meer officieren van de NASA, CIA en de luchtmacht erkennen het bestaan van UFO's."

Nu ben ik, in tegenstelling tot Rein, niet erg thuis in kringen van de CIA en de luchtmacht, maar het NASA-wereldje ken ik beroepshalve wel zo'n beetje. Ik heb daar nooit 'officieren' ontmoet; Rein dus wel. Ik daag hem hierbij uit om - laten we het klein houden - me drie namen te noemen van betrokken NASA 'officieren', met hun werkadres en een citaat van hun verklaringen. Dan krijgen we tenminste controleerbare gegevens waarvan ik bereid ben ze te onderzoeken. Ik vrees echter dat ik van Rein het stereotiepe (en nonsensicale) antwoord zal krijgen: daar mogen/durven/willen deze mensen niet op ingaan want daar staat bij NASA een straf op.

Het laatste regeltje van Reins stuk is onthutsend en onthullend: "Misschien is vooral het idee dat niet alleen wetenschappers op aarde experimenteren onacceptabel voor de wetenschap". Zelden zag ik een krasser uiting van anti-wetenschappelijke gefrustreerdheid.

Prof.dr C. de Jager, em. hoogleraar Ruimteonderzoek