columns over tv titels

Close-ups van verstilde non-dramatiek

Vanaf het moment dat 'Dallas' de Nederlands televisiekust bereikt had, werd het genre waartoe het behoorde neergesabeld door de vaderlandse cultuurkritiek. Buisvervuiling was het. Dallas liep echter als een trein en had, naar soap-maatstaven gemeten, eigenlijk een verdomd hoog entertainmentsgehalte. Die aantrekkingskracht kon volledig worden toegeschreven aan hoofdpersonage J.R. Ewing, wiens immorele, buitengewoon aantrekkelijke karakter een nieuwe dimensie gaf aan het oubollige fenomeen 'televiesieschurk'.

We leven inmiddels vijfien jaar later, en onze ether is vervuild met een zure regen aan zeepresten; videotroep als 'Santa Barbara' of 'As the world turns' kan nog niet in de schaduw van J.R.'s Stetson staan. Slechts één soapserie valt op, en dan alleen nog maar omdat haar kwaliteit omgekeerd evenredig is aan haar populariteit: 'The bold and the beautiful'.

B&B speelt zich af in de glossy galerijen van de modewereld. Iedereen sekst met elkaar, belazert elkaar en manipuleert elkaar - qua thematiek onderscheidt B&B zich niet van haar concurrenten. Dat doet ze wel qua stijl en opnametechniek: de dialogen worden tot in absurdum opgerekt om de intriges over een zo groot mogelijk aantal afleveringen uit te smeren, het camerawerk is zo close, dat we de dichtgeschminkte porieën van de acteurs kunnen ruiken, en de personages beginnen om de haverklap hardop te denken(!), omdat de scenarist bang is dat de kijker hun gedachten niet kan aanvoelen.

Verder worden afleveringen schaamteloos opgevuld met ellenlange en vooral onzinnige flash-backs (lees: scènes uit oude afleveringen, oftewel: tel uit je winst), en is er een opvallend gebrek aan muzikale ondersteuning waardoor de scènes zich in een kaal, onnatuurlijk videovacuum lijken af te spelen. In B&B worden bijna alle filmdramatische basiswetten geschonden.

Toch doet de serie het goed. Onverklaarbaar goed, vinden de critici. Op B&B moetje echter geen filmwetenschappelijke blaatargumenten loslaten. Gewoon, gezond verstand. Het is immers zonneklaar dat B&B (net als Dallas) haar kijkcijfers dankt aan de uitstraling van het hoofdpersonage, in dit geval aan pretty boy Ridge Forrester.

Niet vanwege diens hoge originaliteitsgraad, maar vanwege diens indrukwekkende masturbatiegehalte: als Ridge met zijn staarblik monotome stuivercliché's in de haarlakklonters van zijn tegenspeelsters fluistert, verdwijnen er vier miljoen middelvingertjes onder vier miljoen keukenschorten, en verpieteren er in vier miljoen keukens veertig miljoen spruitjes. Ridge is de laatste krent in de zouteloze sekspap van Neerlands sufgemasturbeerde huisvrouw. En dat is heel wat meer waard dan een vlot plot of een pittige dialoog.