columns over tv titels

Engagement uit onverwachtse hoek in NPS-serie

In de kiosk blader ik graag door het boekje 'The Undutchables', waarin Nederland door de ogen van een Engelse immigrant beschreven wordt ("Waarom proberen instappende Nederlandse treinreizigers de uitstappende reizigers weer naar binnen te duwen?"). Heel verfrissend en pijnlijk, want Nederlanders zijn met hun doorgeneurotiseerde efficiency en opgeblazen ethiek een belachelijk volkje. De NPS-serie 'Vreemd Land' bekijkt Nederland ook door een antropologische bril, maar zonder harde oordelen te vellen.

De aflevering 'Breien en Boeten op Urk' ging over Urker Altruïsten. De laatste echte christenen van Nederland. Urk associeer ik met grimmige vissers, geklederdrachte huisvrouwen, vierkante blonde kinderen, heel veel kerken en heel veel tegenwind. Dat beeld klopte wel met de reportage.

Maar er was meer aan de hand met Urk. Urkers zijn namelijk al jaren fanatiek bezig met het bezweren van de honger in Ethiopië. Er worden grote melkbussen met gleuven in de stad gezet waarin alle Urkers, jong en oud, hun zakcentjes gooien. En niet zo klein beetje ook: er werd afgelopen winter zo'n 180.000 gulden opgehaald.

Hun compassie gaat bovendien verder dan geld. Oudere van dagen zijn onvermoeibaar bezig om van oude lappen dekens aan elkaar te naaien ("voor die arme zieke kinderen") en vissers vliegen over naar Afrika om ingevroren vis te brengen en de lokale bevolking te delen in hun expertise ("ze waren zo blij met onze netten dat ze allemaal stonden te dansen"). In Ethiopië weten ze niet waar Nederland ligt, maar wel waar Urk te vinden is.

Het lag voor de hand dat de NPS-ploeg een soort VPRO-iaanse arrogantie of ironie in hun reportage zou laten doorklinken. Zo van: 'Die rare Urkers! Wat weten die nu van Ethiopië of honger! Die kunnen beter haring gaan kaken!' Maar die toon sloegen de makers in het geheel niet aan - het waren eerder mijn eigen vooroordelen. Ze lieten de Urkers volledig in hun waarde, en de bewoners zelf gaven ook geen enkele aanleiding tot ridiculisering.

Integendeel: deze humorloze, stugge ultracalvinisten bleken opvallend vrijdenkende, no-nonsense altruïsten die zich terdege realiseerden dat ze hun cultuur en hun techniek niet aan de Ethhopiërs moesten opdringen - ze waren uit op duurzaam ontwikkelingswerk. Zelfs de dominee, die toch een beetje onbeholpen met zijn geadopteerde Ethiopische zoontje omging ("Ja, je mamma is dood, maar je hebt hier nu een nieuwe mamma. Die vind je ook lief hè!?"), dwong respect af met zijn humanistische inzicht.

'Breien en Boeten op Urk' zorgde voor een welverdiende deuk in mijn antropologische grote stadsarrogantie. Ik had naar Urk zitten kijken zoals ik dacht dat de Urkers tegen Ethiopië aankeken.