blog titels

Blog

In het museum

Het zijn grimmige tijden. Rouwadvertenties vullen de kranten. Crematoria draaien overuren. Ook de schier onverwoestbare Gerard du Prie is ons ontvallen. Du Prie was zo’n powerlifter met bierbuik en Nico Haak-snor. In 1979 deed ie mee aan de Sterkste Man van Nederland wedstrijd. En hoe. Ieder onderdeel wist ie te domineren Slechts één ronde eindigde hij als laatste: telefoonboeken scheuren. Niet één kreeg ie doormidden. Toegegeven: telefoonboeken in die tijd waren erg dik omdat iedereen erin stond. Maar Gerards tegenstanders scheurden erop los. En al werd ie uitgeroepen tot Sterkste Man, het leek alsof er iets in hem geknapt was.

Ik moest aan Gerard denken toen ik een filmpje van de NOS bekeek, pre-corona. Het ging over een tentoonstelling in een boekenmuseum. Normaal gesproken kun je hier stoffige lapjes perkament bezichtigen, maar om wat publiciteit te genereren werd er specifieke lectuur voor het voetlicht gebracht: het foute boek.

Van de Bijbel tot de Koran, van Mein Kampf tot het Rode Boekje en zelfs Darwins werk, alles was uit de kast gehaald. ‘Boeken die door sommigen als goed beschouwd worden en door anderen als fout,’ verduidelijkt de NOS-verslaggever. Hij heeft een bierbuik en Nico Haak-snor. ‘Dat is het leuke van de tentoonstelling, dat je daar hier je eigen gedachten over kan vormen.’

Al gauw blijkt dat we die eigen gedachten met een korreltje zout moeten nemen. De journalist vindt niet alleen alle tentoongestelde boeken fout, hij vindt ook nog eens dat wíj dat moeten vinden. ‘Zo doen we dat tegenwoordig toch niet meer,’ verzucht hij bij Kuifje in Afrika en Sjors & Sjimmie. Ook vergeelde pornoboekjes zijn volgens hem taboe sinds MeToo. Zelfs de Bouquetreeks moet eraan geloven. ‘Het gaat over de relatie tussen seks en geweld, en seks en macht, in een tijd dat dat nog heel gewoon was.’ En de vaderlandse literatuur? Hartstikke fout. ‘Turks Fruit is op sommige punten heel vrouwonvriendelijk.’ De verslaggever kijkt ons streng aan in de camera. ‘Je kunt er lacherig over doen, maar het gaat om racisme en seksisme. Wat vroeger goed was, is nu fout.’

Zo fout dat het museum haar bezoekers in de gelegenheid stelde om foute pagina’s uit de foute boeken te scheuren en deze op een wall of shame te prikken. Een soort kruising tussen een boekverbranding en een schandpaal. De journalist verzaakt dit laatste te melden, wellicht omdat het museum huiverig is voor een buslading activisten die een heilig boek komt verscheuren.

Voorouders veroordelen om je eigen verlichting te etaleren, het is niet chic. Maar de tentoonstelling is vooral een gemiste kans. Waar hij over had moeten gaan is waarom boeken door de jaren heen als fout bevonden worden. Zodat duidelijk wordt hoe relatief ons oordeel is. En we beseffen dat onze huidige correcte overtuigingen over veertig jaar net zo hard veroordeeld zullen worden door onze nakomelingen. Juist in een museum verwacht je een relativerende kijk op tijdsgeest. Ook op de huidige.

Dan Gerard du Prie in 1979. Boze tongen beweren dat hij de techniek ontbeerde om de telefoonboeken doorgescheurd te krijgen. Misschien lag het subtieler. Misschien kon Gerard het gewoon niet over zijn hart verkrijgen om als een barbaar boeken te vernietigen. Zeker het telefoonboek, waar we toch ooit allemaal in stonden. Toen we nog allemaal fout waren.

Gerard scheurt
Gerard op zoek naar 112