blog titels

De Terugvliegende Hollander

Mijn wijk is feitelijk een eiland. Het wordt met het vasteland verbonden door een viertal bruggen. Zo is er over het kanaal een fietsbrug gespannen. Soms, als er een lagereschoolklasje overheen fietst en de koters naar een passerende tanker zwaaien, laat de kapitein zijn misthoorn galmen. Waarop de koters het uitkraaien van plezier. Machtig mooi tafereel vind ik dat.

Mijn buurt is dus rijk aan water. Op dat water wonen rijke stinkerds in speciaal voor hen ontworpen woonarken. Ingenieurs, chirurgen, wethouders. Succesvolle auteurs. Gelukkig worden hun ligplaatsen in de zomer een ware hel. Bij iedere hittegolf trekken ze bakvissen aan die krijsend in de plomp springen, waar dan weer troubadours op afkomen die tot in de kleine uurtje Blowin’ in the Wind over de baren blèren – op steenworp afstand van de arken. Daar moet ik dan om lachen. Binnensmonds, maar niet minder boosaardig.

In de wijk liggen ook enkele echte woonboten. Rijnaken, bewoond door mannen met baarden. Romantische lieden zoals ondergetekende. Ik heb lang de wens gekoesterd om op water te wonen. Liefst in zo’n sleepboot die dienst heeft gedaan in mijn geboortestad Rotterdam. Leuk voor nostalgische trips! Ik zag het al voor me: ieder weekend met mijn binnenvaartsHarley de blits maken in de Rotterdamse Parkhaven om, eenmaal terug in Utrecht, aan te meren voor het terras van café Kanaalzicht, en daar als nautische kamper kopstoten achterover te slaan. Rrrondje van kap’tein Rein!

Maar wonen op water is duur. Te duur voor een sloeber uit een sociale woning. De enige woonboot die ik tot mijn prijsklasse mag rekenen is van het type Tie Wrap, zie mijn foto. Uitgerust met brommobiel op het voordek om tijdens verlof op landrotten te jagen. Woonboten zijn echter niet alleen duur in aanschaf, ook in onderhoud. Eens in de zoveel jaar moeten ze op het droge worden getrokken om het toilet door te spoelen. Er is nog een catch. Je betaalt je blauw aan de ligplaats. Als je er überhaupt een kunt vinden, want in Utrecht zijn alle stekkies al ingenomen door de rijke stinkerds.

Mocht ik in een laatste struiptrekking van mijn midlifecrisis een Tie Wrap aanschaffen, dan zal ik daarmee non stop moeten doorvaren. Als straf voor mijn leedvermaak. Ik zie het al voor me: hoe ik onder de fietsbrug door tsjoeketsjoek, uitgelachen door het lagereschoolklasje, om koers te zetten naar de Parkhaven en daar eeuwig rond te dobberen, als een spookschip op zoek naar de jeugd van zijn kapitein. Gruwelijk mooi tafereel lijkt me dat.