blog titels

leesbarenaamfoto

Je kunt gerust stellen dat hij mij door mijn jeugd heeft gesleept: Michael Palin. Iedere keer als zijn glunderkop op tv verscheen in Monty Python’s Flying Circus, zat ik aan de buis gekluisterd. Palin had een wijsneuzerige uitstraling die de sketches een brutale dimensie gaf.

Pythons absurdisme maakte op mij zo’n indruk omdat de humor niet ‘lekker gek’ was maar geschoeid op logica. De grappen waren uitgekiende mindf*cks, mathematisch van structuur met 180 graden omdraaiingen, uitgebalanceerd en ontwrichtend tegelijk. Het Vliegende Circus jongleerde met onze hersencellen – en gaf mij zo het gevoel dat ik niet gek was.

Hun mindset zou blauwdruk worden voor mijn manier van denken en schrijven. Nog steeds ervaar ik het dagelijks leven vaak als een Python-sketch. Wel merk ik dat de humor in mijn blogs steeds meer ruimte maakt voor melancholie. Alsof het besef van vergankelijkheid met iedere aanslag dieper doordringt.

De zestien jaar oudere Palin zal eenzelfde ontwikkeling doorgemaakt hebben, want zijn werk is met de jaren serieuzer geworden. Eigenlijk al sinds die documentaireserie over zijn wereldreizen, waarin verwondering centraal staat. Die van mij werd geprikkeld toen Palin de achtergrond van de Amerikaanse schilder Andrew Wyeth (1917- 2009) verkende. Hiervoor reisde hij af naar Wyeth’s bakermat, de ruige kust van Maine.

Aanleiding was meesterwerk Christina’s World (1948). Dat toont een vrouw van achteren, turend naar een eenzaam huis op een heuvel. Ze ligt in het gras, haar onderlijf zodanig gevlijd dat het verlamd lijkt. Wat het ook was. De vrouw weigerde gebruik te maken van een rolstoel of zelfs krukken, was dus veroordeeld tot een kruipend bestaan in dat kot, dat ook nog eens gespeend was van stromend water en elektra. Huiselijke horror of idyllische hardcore?

Het schilderij oogt even grimmig als mystiek, even hels als hemels. Voer voor kunstcritici! Maar terwijl Palin met een kenner over het werk praat, betrap ik me erop dat ik wegdroom. Misschien omdat het schilderij op zich al zoveel suggereert en de feiten de magie hinderen. Of is het omdat ik op een Pythoneske wending wacht?

In plaats daarvan voert Palin mij mee naar Wind from the Sea (1947): wapperende vitrages in een zomerbries. Twee maanden moest Wyeth wachten op de juiste windrichting. Indrukwekkend in zijn pretentieloosheid, remt het schilderij mijn malende brein af, doet het mijn ambities verdampen. Ik verlies me in de wind alsof ik een geest ben geworden die het lichaam verlaten heeft. Niet langer kijk ik met de blik van Python, maar met die van Wyeth.

Net als mijn overpeinzingen over de dood al te serieus worden, maakt de wind een U-turn en dient er zich – in mijn achterhoofd – een sketch van Python aan. Uit The Meaning of Life, waarin tafelgasten abusievelijk bedorven zalm hebben genuttigd. Ze krijgen bezoek van Magere Hein die hen allen dood verklaart en zich vervolgens kapot ergert zich aan hun gezwets over het hiernamaals. Als hij het kwekkende gezelschap richting Gene Zijde escorteert, merkt Palin glunderend op dat hij niet eens van de vis gegeten heeft.

Klik hier voor Palins documentaire over Wyeth op YouTube.