blog titels

Bij de tuin der folteringen

Het was een jaar of twintig geleden dat ik van carrière switchte. Mijn columns en filmrecensies brachten te weinig geld in het laatje, dus ik had besloten copywriter te worden. De reclame in! Daar zat immers het grote geld. Maar eigenlijk had ik als freelancer vooral behoefte aan collega’s. Een vaste baan, dat moest een warm nest zijn met schouderkloppende buddy’s, flirtende secretaressen en een vaderlijk glimlachende baas.

Dus. Open sollicitatie rondgestuurd. En jawel hoor. Binnen een week werd ik aangenomen. Bij een bureau aan een chique Amsterdamse gracht. Solliciteren, daar ben ik een kei in. Maar dan de baan zelf. Die leek in de verste verte niet op die in mijn fantasie. Het loon was karig (zelfs voor een overjarige junior copywriter), de collega’s maakten sarcastische grappen en de baas kampte met woedeaanvallen. Een kruising tussen het studentencorps en de Albert Cuyp leek het. Geen plek om onbezonnen te brainstormen.

Mijn eerste opdracht was een echte uitdaging: schrijf een pay off voor een grote, internationaal opererende drukkerij. Ik kreeg een zolderkamertje tot mijn beschikking, met uitzicht op een veel te goed onderhouden achtertuin. Binnen vijf minuten had ik de pay off op papier staan: ‘For lasting impressions.’ Geniaal! vond ik zelf. Voldaan leunde ik achterover in mijn bureaustoel. Reclame moet een beetje filosofisch van toon zijn, bedacht ik me, starend naar de strak aangeharkte begonia’s. Poëtisch zelfs.

Het probleem met copywriting is dat je met meerdere voorstellen moet aankomen, zodat de opdrachtgever niet de indruk krijgt dat hij duizenden guldens betaald heeft voor 5 minuutjes werk. Dus ik kauwen op alternatieven. Maar creatief zijn op commando, da’s als seks met een dubbelloops tegen je slaap gedrukt. Uren en uren heb ik uit het raam getuurd, dromend van een baan met schouderklopjes, biddend om een wonder.

Dat kwam na iets van 18 maanden. Sinds mijn komst was de klantenkring danig geslonken, het bureau dreigde om te vallen - alsof ik bij mijn aantreden het noodlot had meegebracht. Last in, first out. Ik werd ontslagen. God, wat voelde dat goed. Alsof ik bevrijd werd uit de ambassade in Teheran.

Het baantje zou mijn laatste functie in de reclame worden. Maar de copywriter in mij was ontwaakt. In mijn fantasie won ik het ene Lampje na het andere. Dagdromen, daar ben ik een kei in.

De afgelopen twintig jaar ben ik geen enkele reclame-uiting tegengekomen die ook maar in de buurt kwam van mijn geniale ‘For lasting impressions’. Tot ik van de zomer op dit bord stuitte. ‘Bel voor een wonder’ leest het. Het betreft een tentoonstelling over wonderen in het Catharijne Convent. Hoe poëtisch! bedacht ik me. Vast opgetekend door een copywriter die veel uit zolderramen heeft gestaard. Ik heb het nummer onder een sneltoets gezet.

wonder
Onder de sneltoets