Aleks inleiding op Facebook:

Rein Hannik schreef met Keukendrinkers een prachtige Rotterdamse roman met in de hoofdrol de Zeroër Rinus. Hij rolt van het ene baantje in het andere. Soms vraagt hij zich af wat hij het liefste doet, indommelen op een bankje bijvoorbeeld. “Maar mensen van mijn leeftijd horen dat helemaal niet te wensen. Die behoren het leven met gulzige teugen op te willen drinken. Die moeten de ene na de andere dag willen plukken. Die moeten GENIETEN GODVERDOMME.”

Aleks inleiding op zijn blog:

Rein Hannik schreef een paar jaar geleden het mooie en opmerkelijke Coef, een autobiografisch boek waarin hij het dramatische leven van zijn gekke moeder beschrijft. In Keukendrinkers speelt deze moeder op de achtergrond een rol. De hoofdrol is weggelegd voor Rinus. Hij komt net van school en heeft het ouderlijk huis en zijn alcoholische vader, die huisarts is, verlaten. Hij woont op een kamertje aan de Mathenesserdijk, met uitzicht op de Mathenesserbrug. Het is 1979.

<lees verder onder de screendump van Aleks blog of klik erop om naar Aleks blog te gaan>

Alek Dabrowski

Rinus heeft geen doel in het leven. Hij heeft geen interesse in een studie, vrienden en familie ontwijkt hij en het liefst denkt hij in zijn eentje allerlei wilde theorieën uit. Om toch de huur van zijn peeskamertje te kunnen betalen zoekt hij een baantje via een uitzendbureau. Hij wil een Zero Profile Career ontwikkeling, dus zoekt hij werk waarbij hij zijn verstand op nul kan zetten om zich geheel te kunnen wijden aan het eigen denkproces. Hij noemt zich een Zeroër

Het uitzendbureau regelt voor hem werk. De dames achter de balie denken met hem mee en proberen zijn speciale wensen te vervullen. Rinus komt terecht in een broodfabriek, bij een houtzagerij en hij werkt als postbode. Hij komt in conflict met collega’s, wordt gek van het werk of laat als postbode alle post nat regenen. Sowieso is het altijd slecht weer als Rinus zich buiten de deur waagt.

Nergens vindt hij de zero-gesteldheid waar hij naar zoekt. Zelfs op een saai kantoor, waar hij slechts hoeft te kopiëren en te frankeren wordt hij ontslagen. Een uitdaging is de rol van bijrijder op een vrachtwagen. De chauffeur zegt geen stom woord tegen hem; hij negeert Rinus volkomen. Met smaak en humor beschrijft Hannik het vreten in vrachtwagencafés, de agressie van de chauffeur en de bedompte sfeer in de cabine.

Telkens keert Rinus terug naar het uitzendbureau. Hij krijgt meer en meer contact met Elise, het stille meisje achter de balie. Zij wandelen samen langs de kade. Bij haar kan hij zijn verhaal kwijt over zijn zero-leefstijl. Zij begrijpt hem maar al te goed. De dialogen tussen Elise en Rinus zijn erg sterk. Hij legt haar het principe van de keukendrinker uit. “Een keukendrinker is zo’n type dat op huiskamerfeestjes altijd naar de keuken vlucht. Zogenaamd om de drank binnen handbereik te hebben, maar eigenlijk omdat ie verlegen is, of gewoon als de dood voor de small talk in de huiskamer.” Zij reageert enthousiast en ziet zichzelf ook als een keukendrinker, zo eentje die een dure fles van de gastheer kaapt om hem in de keuken soldaat te maken. “Dat is de euforisch keukendrinker. Een veelgezochte ondersoort.”

Wanneer Rinus zich niet misplaatst voelt op de werkvloer zit hij in zijn kamertje met boven hem een zendamateur, onder hem een ruziënd stel en met een muizenkolonie in de keuken. In zijn vrije tijd bezoekt hij jazz- en punkcafés. Altijd zit hij alleen aan de bar te drinken. Hij probeert aandacht van het barpersoneel te trekken, maar vaak wordt hij genegeerd. Het samenklitten in zo’n café heeft niets te maken met een zero-leefstijl. Alleen de dj met zonnebril op en met zijn rug naar het publiek toe komt in de buurt.

Grappig is dat Hannik allerlei muziek en gewoonten uit 1979 voorbij laat komen. Er klinkt muziek van de meidengroep Luv en uit de musical Grease. Zendamateurs en bakkies waren toen in de mode. Uiteraard moet Rinus er niks van weten. Een van de weinige dromen die hij heeft is om ooit een Harley te kopen. Voorlopig rijdt hij nog op een Honda. Mooi is dat Rotterdam nadrukkelijk in beeld komt in het verhaal. De buurt rond het Mathenesserplein beschrijft hij vanuit zijn kamertje en de omgeving langs de Maas komt veelvuldig voorbij. Wanneer Rinus gaat drinken rijdt hij opvallend vaak naar Zuid, waar alles nog een tandje troostelozer lijkt.

Soms vraagt hij zich af wat hij het liefste doet, indommelen op een bankje bijvoorbeeld. “Maar mensen van mijn leeftijd horen dat helemaal niet te wensen. Die behoren het leven met gulzige teugen op te willen drinken. Die moeten de ene na de andere dag willen plukken. Die moeten GENIETEN GODVERDOMME.”

Het drama en de humor in de belevenissen van Rinus liggen dicht bij elkaar. Er lijkt niet zoveel te gebeuren. Hij heeft een baantje, komt mensen tegen die hem verafschuwen en waartegen hij zich verzet op geheel eigen wijze. Dan stopt het werk door ontslag of omdat de walging hem bij de keel grijpt. Het werk botst met zijn streven naar de zero. Maar in het volgende hoofdstuk staat Rinus alweer bij het uitzendbureau want de huur moet betaald worden.

Ondanks deze uiterlijke eentonigheid is de opbouw van het boek net als bij Coef goed doordacht. Er zit een bewuste lijn in van een man van 12 ambachten en 13 ongelukken. Ieder baantje lijkt een herhaling van zetten, maar op de achtergrond gebeurt er meer. Aan de ene kant komt hij steeds nader tot Elise. Aan de andere kant valt er steeds iets weg uit zijn leven, zoals het contact met zijn vader, zijn moeder die in coma ligt of zijn motor. Hij verliest ook de lust om anoniem aan de bar van een jazzcafé te zitten. Hij bezoekt daarna zelfs een disco.

Je vraagt je meer en meer af of hij zijn idealen als Zeroër zal behouden. Of zal Rinus uiteindelijk bezwijken en kiezen voor een burgerbestaan. Hannik weet de spanning er lang in te houden. De kracht van het boek zit niet zozeer in deze ontknoping, maar vooral in de beschrijving van het leven van Rinus. Rein Hannik doet dit met veel humor, met scherpe dialogen en met gevoel voor tragiek. Keukendrinkers is een ander boek dan Coef, maar de stijl van Hannik is herkenbaar en even aantrekkelijk.

Alek Dabrowski